Kim van Bakel: “buikpijn van plastic soep”

Interieurontwerpster Kim van Bakel, bedenker van het ‘informatievoorzieningsobject’ Stadskantoor, behoorde tien jaar geleden tot de creatieve geesten in Venlo die werden gegrepen door de  befaamde Tegenlicht-documentaire ‘Afval is voedsel’. „C2C past precies bij mij, dacht ik, omdat ik altijd al bezig was met het hergebruik van materialen.”

Net als Daan de Haan heeft de ontwerpster ervaren dat het aanvankelijk veel moeite kostte om C2C-gecertificeerde of andere ‘goede’ materialen te vinden als basis. „Als er geen gecertificeerde materialen zijn, kies ik voor een duurzaam alternatief, al heeft het eindresultaat niet het predicaat Cradle to Cradle. Maar soms ontbreekt het de opdrachtgever aan tijd om de ontwikkeling van gecertificeerde materialen af te wachten.”

Dat neemt niet weg dat we volgens Van Bakel op de goede weg zijn; voor steeds meer milieubelastende materialen bestaat een duurzaam alternatief, soms met een C2C-certificaat, soms met een ander ‘bewijs van goed gedrag’. „De keuze is nog altijd niet megagroot, maar wel steeds groter. Ik hoop het nog mee te maken dat er uiteindelijk louter duurzame producten gemaakt worden en dat je ook bij goedkope winkels niet meer hoeft na te denken over de herkomst van een product. Ik krijg buikpijn van de plastic soep die in de zee drijft. Verdomme, waarom hebben we het zover laten komen, denk ik dan.”

Van C2C alleen kan ook van Bakel als ontwerper niet leven. „Ik heb daarnaast traditionele opdrachten en opdrachtgevers nodig maar ook dan probeer ik als het even kan te kiezen voor duurzame alternatieven. Ten onrechte denken veel traditionele opdrachtgevers dat het toepassen van duurzame materialen per definitie kostenverhogend werkt. Het voelt als een overwinning als ik hen van het tegendeel kan overtuigen en zo toch een beetje voor een duurzame voetafdruk kan zorgen.”

Bron: Dagblad de Limburger, 5 september 2017