Daan de Haan: ‘van desillusie naar optimisme’

Daan de Haan: ‘van desillusie naar optimisme’

Het lijkt niet samen te gaan; goed zijn voor mens en milieu en geld verdienen. Toch kan het, bewijzen ontwerpers en mkb’ers in de regio Venlo, de regio die als eerste regio ter wereld aan de slag ging met de C2C-principes.

Dat wil niet zeggen dat het eenvoudig is om goed bezig te zijn en daar tegelijkertijd een boterham mee te verdienen. „Ik ontwerp al enige tijd, als de opdracht het voorschrijft of toelaat, op basis van de C2C-principes, maar pas het laatste jaar lukt het me om daar een beetje business mee maken”, zegt de Venlose ontwerper Daan de Haan, die onder meer tekende voor het ontwerp van een aantal interieurelementen van het stadskantoor.

Achteraf verbaast het De Haan niet dat het tijd kost om als ontwerper geld te verdienen met C2C. „C2C gaat niet over creativiteit, maar over het kringloopprincipe. Nadat het VPRO-programma Tegenlicht tien jaar geleden de C2C-documentaire Afval is voedsel had uitgezonden, sprongen wij daar in de Venlose creatieve wijk Q4 direct bovenop. ‘Híer kunnen we wat mee’, dachten we. Dat werd een desillusie, want er waren toen nog bijna geen C2C-gecerficeerde materialen waar we mee aan de slag konden. Intussen zijn die er gelukkig steeds meer, al kost de ontwikkeling ervan dikwijls veel tijd.”

De Haan valt het op dat ontwerpers er nog vaak voor kiezen om C2C-gecertificeerde materialen zo toe te passen dat ze ook als zodanig herkenbaar zijn. Dat zal mettertijd veranderen, is zijn inschatting. „Bij 3D printen zag je aanvankelijk ook dat klanten het belangrijk vonden dat je kon zien dat een product uit geprinte laagjes was opgebouwd. Nu 3D printen algemener wordt, lijkt dat minder belangrijk te worden.”

Zo zal dat bij C2C ook gaan, verwacht hij. ,,Mits ontwerpers uit voldoende materialen kunnen kiezen. In het stadskantoor heb ik onder meer gewerkt met ECOR, een alternatief plaatmateriaal dat gemaakt wordt van oud papier en biomassa. Als je daar een tafeltje van maakt dat je niet behandelt, gaat dat relatief kort mee. Maar er is bijvoorbeeld nog geen C2C-gecertificeerde hoogglans coating om de levensduur van zo’n eindproduct op een hippe manier te verlengen. Zo’n coating komt er op termijn vast.”

Bron: Dagblad de Limburger, 5 september 2017